“Noem ons maar Statler en Waldorf” zegt Frans Spekking glimlachend, “Maar anders dan deze Muppetkarikaturen, hebben we niet alleen kritiek, we adviseren ook hoe het verder moet.”
Frans Versteeg: “Natuurlijk zijn veel UKR-projecten vertraagd door de crisis. Maar belangrijker is wat we eruit geleerd hebben. Dan zie je dat conceptuele basis toch voornamelijk 45% CO2-reductie is. Een belangrijke les is dat je niet in 45 plus moet denken, maar van meet af aan in 80 min. Je kan namelijk niet onbeperkt stapelen in energiemaatregelen, daarvoor moet het fundament in orde zijn.”
Collega Spekking is ervan overtuigd dat in de manier waarop de SEV straks projecten gaat uitschrijven en begeleiden, dit door een beter creatief proces gaat lukken. “Neem het GEN–project, geïnitieerd vanuit marktpartijen, daarbij is energieneutraliteit het uitgangspunt.”
'Uit traditionele rol'
“Natuurlijk komt de volgende industriële revolutie vanzelf als grondstoffen voor energie opraken. Maar wil je die versnellen? Dat is de wezenlijke vraag. Daarvoor is de instelling van betrokken mensen ongelooflijk belangrijk. Alleen kennisdelen is niet genoeg. Versteeg: “Meedenken in andermans uitdagingen is nodig, 'Wat kan ik bijdragen om jouw rol te versterken?', zou de echte vraag moeten zijn. Daarvoor moet je uit je traditionele rol willen stappen. Als je energietransitie daadwerkelijk serieus neemt, dan betrek je daarin mensen die bereid zijn de grenzen op te zoeken van wat kan en mag. En zelfs als je daarin slaagt, moet je voortdurend bewaken dat mensen niet terugvallen in die vertrouwde rol.”
Zeker in het ambtelijke circuit valt dat niet altijd mee. Spekking: `Bewust is het programma bij de SEV terechtgekomen. In dit 'volkshuisvestingslab' zit experimenteren immers in het bloed. Maar deze organisatie moet dan wel zelfstandige financiële armslag krijgen waarbij ze niet vastzitten aan aanbestedingsregels. Bestaande juridische en financiële regels staan daarbij vaak in de weg.”
Onbespoten groente
“Het zijn barre economische tijden” zegt Frans Spekking. “Onder andere dat zorgt ervoor dat de ambities hoog zijn, maar de praktijk weerbarstig. Vaak wordt tijdens het proces gemorreld aan de uitgangspunten. “
Het weerspiegelt zich ook in de activiteiten van de koplopersgroep.“ vult Versteeg aan. Je moet goed uitkijken, dat daar niet alleen grote spelers plaatsnemen waaruit vervolgens een handjevol de kar gaat trekken. Spekking vult aan: “Er zitten – anders dan was afgesproken - te weinig mkb-ers in. Dat is jammer want de groten hebben de power, de kleine hebben de kennis.”
Daarom moet je processen zeer zorgvuldig bewaken. Je zit als programmamanager in een voortdurende spagaat tussen enthousiasmerende facilitator en bewaker van de inhoudelijke en procesmatige kwaliteit.“
Versteeg trekt de volgende vergelijking: Sommige mensen roepen na één keer wokken met onbespoten groenten enthousiast dat ze cradle to cradle zijn. De kunst is om het enthousiasme daarover vast te houden en tegelijkertijd te laten zien dat de lat daarvoor veel hoger moet liggen.”
'Gouden eieren'
Er is nog een hoopgevende les volgens Spekking: “Op het moment dat de eerste 30 miljoen voor innovatieprogramma loskwam, meldden zich partijen die riepen: 'Fijn overheid, u neemt ons serieus. Ik heb iets in de kast liggen, waarbij ik dit steuntje in de rug kan gebruiken. Daarvoor hielden velen heel lang hun 'gouden eieren' verborgen, maar zodra er dan een organisatie komt die dit soort initiatieven ondersteunt, willen veel organisaties hun 'eieren' tonen. Dan komt er bijvoorbeeld ineens een initiatief om een portiekflat uit de jaren vijftig energieneutraal te maken. En ik ben er van overtuigd dat er nog veel eieren verstopt zitten.
Niet alleen geld triggert daarbij, soms ook andere ondersteuning. Zoals communicatie: “Als je zorgt voor 'rumour around the brand' willen mensen graag op de trein springen.”
Niet alleen kwalitatief
Versteeg is het deels eens: “Het klopt dat er een grote kwalitatieve uitdaging ligt, maar minstens zo groot is de kwantitatieve opgave. Bij corporaties en particulieren zijn er nog honderdduizenden woningen met label E, F en G. Dat vereist een gigantische inspanning.”
Ook een bedreiging is de afwachtende markt. Versteeg: “Ze roepen: 'Waarom zou ik vooruitlopen als het toch verplicht wordt? Ik sluit wel aan.” Spekking: “Zeer herkenbaar. Bij een rondje in het veld kwam ik drie redenen tegen om niet bij de kopgroep aan te sluiten: het kost me geld en personele inspanning; als ik niet succesvol ben, tast het mijn imago aan en mijn klanten vragen er niet om. Niet voor niets zijn dat nu exact de speerpunten die bij Energiesprong worden aangepakt.“