Nieuws

Handen uit de mouwen voor Rotterdamse duurzaamheid

4 november 2010
Vrijdag 22 oktober trokken 22 belangstellenden rondom PeGO voor een excursie naar Rotterdam. Ze bezochten daar drie innovatieve projecten met aandacht voor duurzaamheid in de breedste zin van het woord. Energetisch lag de focus op het begin van de pijplijn: een zeer energie-efficiënte Passiefhuisrenovatie en duurzame herontwikkeling van industrieel erfgoed. Maar ook op end of pipe oplossingen: hoe bouw je klimaatbestendig en duurzaam op het water?

I. HAKA gebouw


De eerste stop – het HAKA gebouw – zou niet misstaan als decor voor een maffia-afrekening. Toch zijn er grote plannen met dit rijksmonument en het gebied eromheen. Het staat in het Stadshavensgebied, waar Rotterdam grote plannen mee heeft. Zo vertelt Pim van der Ven van Walas Concepts die in 2009 van eigenaar Vestia/Estrade opdracht kreeg om een gebouwconcept te ontwikkelen. Duurzaamheid is het Leitmotiv. Niet in de laatste plaats omdat adeldom verplicht. Hoofdhuurder wordt namelijk de Rotterdam Climate Campus (RCC).


Restwarmte
“Allereerst is het gebouw zelf ‘recyclen’ natuurlijk duurzaam,” zegt van der Ven, “maar we steken ook in op slimme energie-oplossingen. Het is energetisch nu natuurlijk een gigantisch slecht gebouw, maar we mikken op een EPC van 0,4. Dat willen we doen door warmte-koude-opslag (WKO) waarmee we kunnen koelen met koud water. Restwarmtelevering gaat voor een belangrijk deel voor de verwarming zorgen. Daarnaast zijn er plannen voor een klimaatgevel, een glazen scherm dat gaat functioneren als isolatiespouw en super-kabelgoot. Verder staat een klimaatvloer met plaats voor kabels en lagetemperatuurverwarming op de rol. Ook willen we waarschijnlijk Phase Change Materials (PCM’s) toepassen op de lamellen of in de klimaatvloer, die bij grote warmte als warmtebuffer werken.”


Kameleon op het dak
Op het dak zien we een bijzonder proefmodel van 4D Kameleon concept. Bij deze oppervlaktetechnologie van het bedrijf Sublean draaien vierkante balken rondom een as. Elk van de vier vlakken heeft een andere functie. Iedere functie voegt op het juiste moment waarde toe aan een gebouw. Schijnt de zon, dan wekt de kant met pv-panelen stroom op; bij veel luchtvervuiling, draait het deel voor waarop plantjes fijn stof afvangen. Andere mogelijkheden zijn warmte- of koudeopslag of opvang van regenwater voor een grijswatercircuit. Deze laatste functie is combineerbaar met doorlaatbaar reclamedoek.

 

         

 

II. Drijvend paviljoen, Rijnhaven


Na een korte busrit leggen we aan bij het drijvend paviljoen in de Rijnhaven. Het paviljoen is in een half jaar gebouwd voor 4,5 miljoen euro. Het bestaat uit drie, op een ruimtebasis lijkende geschakelde bollen bekleed met kunststof (ETFE) folie. Het totale vloeroppervlak beslaat duizend vierkante meter, ongeveer vier tennisbanen. Deltasync tekende onder andere voor het ontwerp. Mede-oprichter Rutger de Graaf verzekert het ons: “Drijvend bouwen heeft de toekomst: over twintig jaar woont de helft van de wereldbevolking binnen honderd kilometer afstand van de kust.“
Drijvend bouwen is flexibel, klimaatbestendig en duurzaam. “Flexibel omdat je het gebouw op een andere plaats kunt bouwen dan de ligplaats. Het drijvende karakter maakt het ongevoelig voor zeespiegelstijging en dus klimaatbestendig.” Gebouweigenaar gemeente Rotterdam gebruikt het paviljoen als pilot voor klimaatbestendig bouwen. Er moeten tot 2040 zo’n 13.000 klimaatbestendige woningen verrijzen in het stadshavensgebied, waarvan circa 1.200 op het water.


Niet slopen maar slepen
Duurzaamheid uit zich ondermeer door gebruik van lichte materialen. Maar ook door de flexibiliteit. Veel gebouwen wacht de sloop als de omgeving een andere bestemming krijgt. Dat is bij drijvend bouwen niet nodig. Niet slopen maar slepen: je sleept het gebouw gewoon naar elders. Gevolg: een veel langere gebruiksduur. Ook het energiegebruik is zo’n 60% lager dan vergelijkbare gebouwen.
Lichte materialen kunnen ook nadelen hebben. De Graaf: “Weet je waarom op vakantie zo’n kathedraal zo heerlijk koel is? De grote steenmassa neemt de warmte op. Drijvend bouwen is juist gebaat bij weinig gewicht. Dus is er ook weinig massa om warmte op te nemen. Dat hebben we opgevangen door toepassing van Phase Change Materials (PCM’s), als warmtebuffers.”


Vuurproef doorstaan
Daarnaast wordt er ventilatielucht aangezogen net boven het relatief koele maaswateroppervlak. Twee warmtepompen kunnen in voor- en naseizoen tegelijkertijd koelen en verwarmen in verschillende ruimtes. Daardoor is - zelfs in de potentiële broeikassen die de transparante bollen zijn - geen airco nodig. De Graaf: “De vuurproef is al doorstaan. Bij de opening was het een volle bak en boven de 25 graden. Gelukkig hield iedereen het hoofd koel.”
In de winter blijft de warmte binnen uit ventilatielucht warmte terug te winnen. Ook zorgt passieve zonne-energie dat het snel opwarmt. Het gebouw kent verschillende klimaatzones die passen bij de functie van de ruimte. Energie wordt zo alleen gebruikt waar dit op dat moment nodig is.

Meer technische details hier.

 

    


III. Passiefhuiswoningen Sleephellingstraat, Noordereiland


Als laatste stopt de bus in de Sleephellingstraat op het Noordereiland. Daar staan de veertien stadswoningen van het eerste Nederlandse passiefhuis renovatieproject. Uitvoerige tests leverden het passiefhuiscertificaat (energielabel A++) op. Het recept? Neem de passiefhuis uitgangspunten van een zeer goede dak-, muur- en vloerisolatie (Rc 7,5 tot 11), luchtdichte kierdichting en mechanische ventilatie met warmteterugwinning. Combineer dat met een zonneboiler voor warm tapwater en cv, nachtventilatie en zonneschermen die het ’s zomers binnen koel houden, en je komt uit op een warmtevraag van 25 kilowattuur per vierkante meter per woning per jaar. Bij een bestaande ongeïsoleerde woning  is die waarde 220 en bij nieuwbouwwoningen (Bouwbesluit) circa 65, bijna drie maal zoveel.
Jasper Sluimer van BAM Woningbouw wijst op de stoep voor de woningen naar de gevels: “De dikke lagen isolatie die passiefhuisbouw kenmerken, zijn aan de voorzijde aan de gevelbinnenzijde toegepast. Zo konden we de beschermd stadsgezicht gevel handhaven. Zelfs de authentieke schuiframen konden blijven.”


Puzzelwerk
Eenmaal binnen vertelt bewoonster Willemijn: “Het is hartstikke stil hier, zelfs lawaaiige feestjes van de buren dringen niet door.” Sluimer vult aan: “Want de dikke isolatielaag aan buitengevels en dak houdt buitenlawaai tegen. Maar je moet niet je buren ook horen. Daarom zijn ook tussenmuren en vloeren geïsoleerd.
Primair aankoopmotief was destijds vooral locatie en op de derde plaats pas de energiekwaliteit. Toch merk je het wel in energiekosten zegt Willemijn: “We betalen maandelijks zo’n 70 euro aan energie, vergelijkbare woningen doen toch al gauw twee á drie keer zoveel.” Ook het comfort is goed: “Er is heel weinig vocht en ook zomers is het binnenklimaat aangenaam.”
Jasper Sluimer vertelt dat de technische detaillering in bestaande woningen heel veel puzzelwerk heeft gekost: “We hebben daarom gekozen voor nauwe samenwerking met partners die bereid waren om ‘mee te puzzelen’.”


Warme broodjes
Daarnaast is bewonersvoorlichting cruciaal, vindt de BAM-manager. Over filtervervanging van de warmteterugwinunits bijvoorbeeld. Ook al was hiervoor veel aandacht, het blijft mensenwerk. Een deelnemende installatietechnicus ziet dat er bij de filtervervanging van de mechanische afzuiging iets niet helemaal is goed gegaan.
De meerkosten ten opzichte van een reguliere hoog niveau renovatie waren 25.000  euro. Voor de energetische verbeteringen is uiteindelijk 5000 euro extra in de verkoopprijs opgenomen. Dat resulteerde in een prijs voor de beneden- (150 vierkante meter) en bovenwoningen (120 vierkante meter) van 275.000 respectievelijk 180.000 euro. ‘Niet veel’ vinden de Amsterdamse excursiedeelnemers: Sluimer: “Ze gingen in de goede tijd dus ook als warme broodjes over de toonbank.”

Meer details in de vertoonde presentatie van Jasper Sluimer.