Nieuws

Kotmanpark: ervaringen met het passiefhuisconcept

29 december 2009
Het Kotmanpark in Enschede startte als een ‘kaal’ project waarin 54 appartementen gebouwd zouden worden. Toen Vastgoedonderneming De Woonplaats het project overnam van BAM Vastgoed, besloot zij zich in dit project onder andere te laten leiden door het concept van passiefhuis.

In hoeverre voldoet het technische concept dat nu ontwikkeld is aan de aspecten van het passiefhuis? Deze vraag heeft De Woonplaats voorgelegd aan de European Federation for Living (EFL), een Europese vereniging voor partijen uit de vastgoedsector.

De opdracht
Het passiefhuisconcept is in Nederland vrij nieuw en wordt nog weinig toegepast. In Duitsland bestaat er echter een jarenlange ervaring met ontwikkelingen in passiefhuisbouw. EFL, met leden in zowel Nederland als Duitsland, is goed op de hoogte van deze ontwikkelingen. Eén van de voornaamste doelen van EFL is het uitwisselen van praktische kennis op het gebied van innovatieve woningbouwprojecten. Het is dan ook niet vreemd dat De Woonplaats, als lid van EFL, hen de opdracht gaf om hun eigen ontwikkelde concept te toetsen aan dat van het passiefhuis. Junior adviseur Joep Radermacher is degene die namens EFL de opdracht uitvoerde. “Ik heb een quickscan uitgevoerd, waarbij ik heb onderzocht in hoeverre beide concepten overeenkomen en op welke punten er afwijkingen zijn. Daarnaast heb ik mogelijke verbeterpunten aangegeven.”

Oriëntatie
Radermacher vertelt de gedachte achter het passiefhuis: “Je probeert warmteverlies te beperken. Tegelijkertijd probeer je de warmtewinst door zonnestraling te optimaliseren. Op die manier streef je een gebouw na dat zo energiezuinig is dat er geen verwarmingssysteem meer nodig is.” Maarten Brandjes, projectmanager van De Woonplaats, geeft aan dat dit in de praktijk betekent dat aan twee belangrijke aspecten aandacht moet worden besteed: oriëntatie en isolatie. Oriëntatie houdt in dat de woning zoveel mogelijk passieve warmte van het zonlicht opvangt. Bij het Kotmanpark is daarop ingespeeld door het glasoppervlak zo veel mogelijk aan de zuidkant te positioneren, waarbij de balkons in de zomer voor beschaduwing zorgen. Brandjes: “Gevolg is echter dat de minder mooie galerijkant van het gebouw dan aan de wegkant ligt. Daarom gaan we aan die kant straks verschillende groene hagen aanbrengen.”

Isolatie
Ook wat betreft isolatie kent het concept van De Woonplaats verschillende maatregelen. De eerste betreft de Rc-waarde, oftewel de warmteweerstand van een constructie. Hoe hoger de Rc-waarde, hoe beter de thermische isolatie. Bij Kotmanpark is gekozen voor een Rc-waarde van 10, terwijl 2,5 tot 3,5 gebruikelijk is in nieuwbouw. Radermacher: “Voor de beeldvorming: een Rc-waarde van 2,5 komt overeen met ongeveer 10 centimeter steenwol: in dit project wordt 40 centimeter toegepast.” Een tweede maatregel betreft het voorkomen van zogenaamde koudebruggen. Eén van de voorbeelden hierbij is de constructie waaraan de balkons zijn opgehangen. Normaal zijn balkons in staal uitgevoerd. Omdat staal een goede geleider is, verdwijnt warmte gemakkelijk van binnen naar buiten en vice versa. Brandjes: “Zulke koudebruggen wil je natuurlijk voorkomen. Wij voeren de balkonconstructies daarom zoveel mogelijk uit in hout.” Door het lichte gewicht van hout zijn er minder lange, stalen pinnen nodig die de appartementen binnenvoeren. Isolatie van de pinnen is bovendien nog een extra maatregel om te voorkomen dat het staal de warmte van binnen naar buiten kan geleiden.

Investeren in de toekomst
Waarom investeert De Woonplaats eigenlijk in duurzame woningen? Brandjes legt uit dat het met name draait om financieel rendement, zowel voor De Woonplaats als voor huurders. “De energielasten zullen alleen maar blijven stijgen, en wij verwachten dat energiezuinige woningen waardevast zijn en meer geld zullen opbrengen.” Wat Brandjes bovendien veel ziet, is dat mensen een goedkope woning huren, maar geen rekening houden met de hoge energielasten die dat met zich meebrengt.  Die goedkope woningen zijn namelijk vaak oud en slecht geïsoleerd. “Investeren in energiezuinige woningen doen we dus enerzijds met het oog op waardeontwikkeling, en anderzijds vanuit een sociale benadering om in de toekomst de totale woonlast voor de doelgroep op een acceptabel niveau te houden.” De opdracht aan EFL draagt daaraan bij doordat het een leermoment is voor De Woonplaats. “We doen in dit project de ervaring op, die we straks kunnen toepassen om de sociale woningbouw energiezuinig te realiseren.”