Potentie
De potentiële besparing aan energie op bedrijventerreinen is ongeveer 60 petajoule. Dat staat gelijk aan het totale jaarlijkse energieverbruik van minstens 600.000 Nederlandse huishoudens. Natuurlijk was al bekend dat de terreinen met de oude bedrijfsgebouwen een bron van energieverspilling zijn, maar volgens Bokhoven valt er nog meer te besparen dan verwacht. “Het programma Meer met Minder heeft als doel om in 2020 honderd petajoule te besparen. Een fors deel van de doelstelling die de overheid heeft, is dus op de bedrijventerreinen te vinden.”
Aanpak
De op handen zijnde besparing gaat plaatsvinden op drie niveaus, licht Bokhoven toe. Ten eerste op gebouwniveau. Dat betekent isoleren en installaties efficiënt maken. “Een bijkomend voordeel is dat gevels ook meteen verfraaid kunnen worden.” De volgende stap is zelf duurzame energie opwekken. Dat kan op niveau van het terrein, maar ook op gebouwniveau. Denk aan zonnepanelen, windmolens en warmte- en koudeopslag onder de grond. “Het grote voordeel is dat bedrijven kunnen samenwerken en investeringskosten kunnen delen. In Duitsland en België gebeurt dat al op steeds grotere schaal.” Het laatste niveau is wat complexer: maak gebruik van restenergiestromen. “Neem warmte of koude van het ene bedrijf en benut dat bij een ander bedrijf”.
Kartrekker
Welke methode trekt nu het meest effectief bedrijven over de streep om op deze drie niveaus ook echt energie te besparen? Om dat te achterhalen is PeGO een pilot gestart. “Daaronder vallen tien bedrijventerreinen die het energieverbruik gaan aanpakken. Ze worden het komende jaar gevolgd en begeleid.” Deze terreinen hebben stuk voor stuk een partij die het proces wil begeleiden en uitvoeren. Dat kan een gemeente zijn, een lokale ondernemerskring of een parkmanagementorganisatie. “Zo’n ‘kartrekker’ is een kritische succesfactor. Energie besparen kan met weinig moeite, maar heeft meestal geen prioriteit. Je moet een partij hebben die dat duidelijk maakt in de taal die de ondernemer begrijpt.”
Toeval?
Het Rijk, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) sloten onlangs een convenant over de herstructurering van bedrijventerreinen. Het doel is om 6500 hectare bestaande terreinen te revitaliseren. Hiervoor is 400 miljoen beschikbaar gesteld. Dat loopt mooi parallel met de pilot van PeGO. Toeval? “Iedereen ziet dat we met die bestaande terreinen wat moeten. Daarnaast speelt het thema rond energiebesparing. Die lijnen komen hier samen.” Alle ervaringen vanuit PeGO vloeien over in de aanpak die de ministeries samen met provincies en gemeentes ontwikkelen. Van een link met de excellente gebiedenregeling, die vooral gericht is op innovatie, is geen sprake. “Wij kiezen nadrukkelijk voor gebruik van bestaande technieken en proberen dan vooral veel meters te maken.”
Overbodig
“Over een jaar zal niet de maximale energiebesparing zijn bereikt, maar we hebben dan wel maximaal de lessen geleerd over wat wel en niet werkt. Die informatie is belangrijk voor andere partijen in het land”, aldus Bokhoven. “De werkgroep bedrijventerreinen zal zorgen dat de kennis beschikbaar is, zodat mensen daarmee snel aan de slag kunnen. Daarvoor zijn we aangesteld en als dat lukt hebben we onszelf overbodig gemaakt. Dat zou binnen tweeënhalf jaar moeten lukken!