Nieuws

Provincie Gelderland gaat voor zestig procent zuiniger

15 december 2009
Vier Gelderse gemeenten – Ede, Nijmegen, Lochem en Oude IJsselstreek - zijn volop bezig met het nieuwbouwproject Woonpark Gelderland, waarbij elke gemeente 150 woningen laat bouwen die zestig procent energiezuiniger zijn dan gebruikelijk. Initiator van het ambitieuze project is de provincie Gelderland die streeft naar open innovatie.

“In 2011 moet de eerste paal de grond in”, aldus projectleider Yvonne Tieleman, beleidsmedewerker energie van Provincie Gelderland. De provincie zette het nieuwbouwproject in juni 2008 in gang. Terugkijkend op de afgelopen periode zegt ze: “Het eerste waar we tegen aanliepen, was het operationaliseren van de doelstelling 60% zuiniger. Dit hebben we samen met energieadviseurs opgepakt. Het doel geldt voor woninggebonden én huishoudelijk energieverbruik en is geheel geënt op de uitgangspunten van het EnergieTransitie-Plan PeGO. De huidige UKR NEW projecten hebben 45% zuiniger als ambitie. Woonpark Gelderland is een ‘vingeroefening’ voor de volgende stap van 60% zuiniger.
Vier verschillende bureaus maakten daarop de energievisies voor de gemeenten. Binnenkort presenteren we die aan de gemeenteraden. Ons streven is hierbij diversiteit in energie-efficiënte oplossingen tussen de gemeenten. Naast een eenduidige definiëring van onze energieambitie hebben we ook de ambities betaalbaar, comfortabel en klimaatbestendig gedefinieerd. Aan de hand van deze definities kunnen we het project monitoren.”


Open die ´black box´
Vanaf het begin is organisatieadviesbureau KplusV bij het project betrokken. ‘Van de provincie kregen we de opdracht het project te starten en vier gemeenten te selecteren voor deelname. Nu zitten we in de fase van het proces waarbij we gemeenten helpen het proces te versnellen, kennis te genereren en kennis uit te wisselen’, vertelt Bart Blokhuis, partner van KplusV. De eerste bereikte mijlpaal, is de samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie en de vier gemeenten. In deze overeenkomst ligt ook de bereidheid tot het delen van informatie besloten. Tieleman: ”Partijen als projectontwikkelaars, bouwondernemingen, installatiebedrijven en gemeenten moeten van elkaar kunnen leren. Dat is één van de doelen van het Woonparkproject.” Blokhuis beaamt: “Open die black box. We moeten transparant innoveren en werken, dat gebeurt nog veel te weinig in het land. Elke organisatie vindt zelf het wiel opnieuw uit. Op een gezamelijke website geplaatse resultaten helpt dat te voorkomen.”
De vorderingen van de vier gemeenten verschillen flink. Dit is afhankelijk van de marktomstandigheden en van de personele capaciteit die wordt vrijgemaakt voor het project. Het helpt enorm als er bij de gemeente minimaal één persoon is die helemaal voor het project gaat en er voor verantwoordelijk is. Daarover zijn Tieleman en Blokhuis het eens.


Lagere energielasten
Het overbrengen van ambities op marktpartijen is tot nu toe geen probleem. Bouwers en projectontwikkelaars hebben sowieso te maken met het gegeven dat in 2020 nieuwbouw energieneutraal moet zijn. Zij nemen graag een voorsprong op hun concurrenten. De kunst is te zorgen dat alle partijen de ambitie zullen vasthouden.
Hoewel in de gebruiksfase de energielasten zeer laag zijn, brengt de bouw meerkosten met zich mee. Een vraagstuk waarmee de gemeenten nog worstelen, is dan ook financiering. De energiezuinige woningen kosten € 20.000 tot € 30.000 meer dan conventionele woningen. De crisis werkt in dit opzicht ook niet mee. De samenwerkende projectpartijen onderzoeken nu oplossingen als een klimaathypotheek of aanvullende financiering door verkopende partijen. Deze kunnen dit op hun beurt versleutelen in een hogere verkoopprijs waarvoor de koper lagere energielasten krijgt.
Het project houdt niet op als de woningen af zijn. Tieleman: “We onderzoeken of de huizen in de praktijk wel zo zuinig zijn als berekend. Ook kijken we hoe de energie-efficiënte opties uitpakken in de praktijk en of de energiezuinige huizen bij de bewoners bevallen. Tijdens de gebruikersfase houden we dus de vinger aan de pols.”