Nieuws

De wetten van duurzaamheid

22 oktober 2009
Het Stadionpark in Rotterdam wordt hét boegbeeld voor Rotterdam Sportstad. Naast nieuwe sportvoorzieningen – zoals een nieuwe Kuip en een 400 meter kunstijsbaan – is er ook de ambitie een openbaar vervoersknooppunt, met een trein- en metrostation te ontwikkelen. In totaal gaat het om 400.000 m2 nieuwbouw. Een gebied in grote ontwikkeling dus. De uitdaging: een naadloze integratie van duurzaamheid in die ontwikkeling.

Het jaar 2018
Het project Stadionpark staat nu nog helemaal aan het begin van de planvorming, met gemeente Rotterdam als regievoerder. Er is door de diensten Gemeentewerken, Dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting en het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam) één overall projectleider aangesteld voor het gebied. Fred Akerboom, projectmanager van het Rotterdam Climate Initiative, trekt daarbij het onderdeel duurzaamheid. Hij vertelt: “In 2010 wil Nederland samen met België het WK voetbal binnenhalen dat in 2018 plaatsvindt. De hele planprocedure is erop gericht om die 2018 te halen.” Het nieuwe stadion moet er dan staan. Dat vergt een hele strakke organisatie, met een vast stramien. Want 2018 is dichterbij dan het lijkt.”


Aantoonbaar
Rotterdam wil dat het Stadionpark duurzaam wordt. Probleem daarbij is dat duurzaamheid nog niet verankerd is in planprocedures, zoals een MER of bestemmingsplan. Dat is een zoekproces vertelt Akerboom. “Wat moet je nú vastleggen in het bestemmingsplan om te zorgen dat dingen straks mogelijk zijn? En wat moet je nú vastleggen om te zorgen dat de ambitie die je hebt ook waargemaakt wordt?” Dat zijn twee enorme uitdagingen, want alles wat je opneemt in het bestemmingsplan, moet je ook kunnen bewijzen. “Als ik roep ‘duurzaam ontwikkelen’, dan moet je kunnen aantonen wat dat is, hoe het moet, hoe te financieren en wanneer het tot uiting komt. “Kortom, wat in de MER, structuurvisie of bestemmingsplan staat, moet aantoonbaar en uitvoerbaar zijn. Dat is de uitdaging.”


Grondwaarde

Naast verankering in het bestemmingsplan, moet duurzaamheid ook passen in het uitgiftebeleid. De huidige perceptie is dat duurzame maatregelen geld kosten en mogelijk ten laste komen van de grondwaarde. Het klopt in het algemeen dat de prijs per m2 van een duurzaam gebouw hoger is dan die van een niet-duurzaam gebouw. Akerboom: “Die discussie hebben we natuurlijk ook met marktpartijen, maar eigenlijk is het een rare manier van afwentelen. Duurzaamheid moet je immers terug kunnen verdienen; zeker als de energielasten worden verlaagd door de toegepaste technieken. Internationale studies bewijzen dat ook.” Duurzaam ontwikkelen met een hoge ambitie is door gemeenten niet eenvoudig wettelijk via het bouwbesluit af te dwingen. Daar zijn in Nederland ook rechtszaken over geweest.. “Ook daar ligt dus een uitdaging. Er komt wel een ‘Excellente Gebieden Regeling’ van het Rijk. Die biedt mogelijkheden om een uitzondering te creëren binnen het bouwbesluit.”


Overtuigen of dwingen?
De sfeer rondom duurzaamheid is nog steeds dat het duur is en vertragend werkt. Bovendien is er geen consensus over de betekenis van het begrip. “Als we kunnen aantonen dat duurzaamheid werkt, dat zo’n gebied meerwaarde krijgt, dat het zichzelf terugverdient, dat duurzame kantoren meer waard zijn… dan heb je een zaak,” gelooft Akerboom.
Zit je dan als gemeente eigenlijk nog wel te wachten op juridische afdwingbaarheid? Akerboom: “Aan de ene kant zou je het wel willen, maar aan de andere kant weet je ook dat regelgeving altijd de wet van de gemiddelden is. Voorlopers help je er niet mee, dus het is vooral een vangnet voor de achterblijvers. Regelgeving geeft een minimumniveau weer, maar dat is niet gelijk aan je ambitieniveau.” Akerboom stelt daarom dat er behoefte is aan een uitzonderingsregelgeving: “De Excellente Gebieden Regeling kan daarom heel goed werken, want die biedt de kans om voorlopers te helpen.”