Nieuws

Zwolse flat is ‘energetische verspringer’

25 mei 2009
In de Rembrandtflat in Zwolle gaan 100 huishoudens 30% op hun energierekening besparen. Dat scheelt hen zo’n 50 euro per maand op hun energierekening. Voor deze besparing zorgen ondermeer zonnecollectoren, warmtepompen en isolatie.

In de Rembrandtflat in Zwolle gaan 100 huishoudens 30% op hun energierekening besparen. Dat scheelt hen zo’n 50 euro per maand op hun energierekening. Voor deze besparing zorgen ondermeer zonnecollectoren, warmtepompen en isolatie. Door deze maatregelen springen de appartementen energetisch ver: van label E/F naar A. Bert Bruinsma, mededirecteur van Triacon die deze ‘reuzensprong’ begeleidde, vertelt over de techniek die dat mogelijk maakte.

Voor de aanleiding moeten we terug in de tijd. Bruinsma “Veel van deze flats zijn hard aan renovatie toe. We pakken totaal 300 woningen aan. Het eerste flatgebouw aan de Lassuslaan fungeerde als leerproject. Als onderdeel van een grote renovatie vervingen we de open geisers en bereidden we de appartementen voor op individuele HR-ketels. Datzelfde principe was het plan voor de Monteverdilaan, waar we nu mee bezig zijn. Hier lag de ‘energielat’ al veel hoger. Al gauw bleek dat individuele HR-ketels te duur zouden uitpakken doordat we het hele verouderde leidingsysteem moesten vervangen. Dus gingen we terug naar collectieve installaties. De daarvoor toegekende UKR-subsidie gaf ons financiële armslag voor de ambitieuze labelsprong van F naar A. En voor de laatste flat op de Wanningstraat gaan we weer een stap verder met de techniek.”

Maximaal haalbaar
Hoe kies je vanuit die hoge ambitie de techniek? “Eerst brachten we samen met adviseurs goed de bestaande situatie in kaart. Die moest passen bij de huidige collectieve installatie. Daarna hebben we samen met installateur gekeken naar wat maximaal haalbaar was. Daaruit kwamen voorstellen voor technieken voort. En die komen weer samen in het installatieconcept waarbij we een leverancier hebben gezocht. Voor de warmtepompen, zonneboilers en HR-ketels werd dat de Dittrich groep van Remeha. We onderzoeken nu of warmterugwinningssystemen via de collectieve ventilatie toepasbaar zijn. Daar praten we over met Techneco.”

Meer dan techniek
“Tijdens de zoektocht naar deze partijen zijn we niet over één nacht ijs gegaan. Bij de voorselectie om een bouwteam te vormen speelden technische ervaring, capaciteit en prijs uiteraard een rol. Maar meer dan dat. Ook selectie, service en flexibiliteit waren belangrijk. Bovendien moesten partijen beseffen dat ze te gast zijn in het gebouw. Dus moesten ze aannemelijk maken dat bewoners zo min mogelijk overlast zouden hebben.”
Uit de voorselectie van installateurs kwam Unica Installatietechniek als beste uit de bus. Als bouwbedrijf was dat Salverda.
“In het bouwteam zaten de aannemer, de WE en elektra-installateur, bouwmanager Triacon, installatieadviseur K&R consultants en energiedeskundige EE-Vision. De samenwerking verliep heel goed. Dat kwam vooral omdat ieders oren open stonden voor inbreng van specifieke kennis. En er goed gezamenlijk overleg was over hoe technische problemen getackeld konden worden.”

Woningcorporatie als energieleverancier
Er gaat totaal zo’n 10 miljoen euro in het project zitten. Daarvan gaat plusminus 1,9 miljoen naar energetische maatregen. Ongeveer 5 ton wordt gedekt door subsidie. De overige kosten draagt woningstichting Openbaar Belang.
Bijzonder is dat de woningcorporatie als het ware energieleverancier wordt. Zij verkopen warmte aan de bewoners met een kleine opslag. Nauwkeurig registreren is daarvoor een must. “Voorheen was dat niet zo. Over de kostenverdeling was dus veel discussie. Nu registreren individuele meters per flat de exacte hoeveelheid warmte. Digitale meters meten de hoeveelheid warm tapwater, de hoeveelheid warmte en het aantal verbruikte kuubs water. Deze gegevens worden zes maal per dag de meters doorgestuurd naar ISTA, een bedrijf dat factureert aan de bewoners.“

Pijp-in-pijp
Veel van de technieken zijn inmiddels toegepast in het gebouw. En daar zitten heel bijzondere bij. “Zo vervingen we de oude leidingen met aparte stijg- en daalleidingen door één centraal ‘pijp-in-pijp systeem’. Hierbij zit een kleinere pijp binnenin een grotere pijp verwerkt. Dat voorkomt veel warmteverlies.”
Uiterlijk juni 2009 worden het warmteterugwinsysteem en zonnecollectoren toegepast. Die collectoren hebben een forse capaciteit. Ze warmen water op dat in een groot buffervat terechtkomt. Een HR-ketel verwarmt het vervolgens na.
In een apart voorraadvat wordt via een warmtewisselaar het tapwater opgewarmd. Een warmtepomp verhit in een geïntegreerd systeem het tapwater verder naar 60-70 graden.””

Zwaartekracht als bondgenoot
Niet alles ging van een leien dakje. Bert Bruinsma: “Er was in de bestaande technische ruimtes in de onderbouw geen ruimte voor een voorraadvat van 8000 liter. Die moesten we dus verplaatsen naar het dak. Dat had ook voordelen: minder warmteverlies door de nabijheid van de zonnecollectoren. Plus de zwaartekracht als bondgenoot die voor natuurlijke stroming van het warme water zorgt. Ook een tegenvaller was de staat van het bestaande leidingnet. Het was oud en moest worden vervangen.
“We hebben verder helaas de led-verlichting in de algemene ruimtes moeten schrappen,” vertelt Bruinsma. “Voor een voldoende lichtsterkte bleken zulke grote led-lampen nodig, dat dit te begrotelijk werd. Uiteraard komen er wel spaarlampen in. Aan de buitenkant komt overigens wel de onderhoudsarme en duurzame verlichting: groene led’s duiden de plaats van de liftschacht en de centrale entree aan.

Weinig wanklanken
Hoe bereid je gebruikers voor op al deze techniek? Bruinsma: “Zij zijn intensief betrokken. Naast een brochure over het proces, waren er informatiebijeenkomsten. Bij de laatste - begin maart - konden we precies aangeven welke installaties er kwamen. Daardoor klonken er – zeker voor zo’n groot project – maar weinig wanklanken van bewoners.”
Wat merken de bewoners in het gebruik? “Veel positiefs: ze krijgen meer comfort. Van een dun geiserstraaltje naar een stevige douchestraal. En ze genieten van een onverwacht voordeel: minder geluidsoverlast. Het oude leidingstelsel was bijzonder gehorig.
Andere dingen zullen even wennen zijn. In de oude situatie was de installatie slecht regelbaar. Nu kunnen mensen per ruimte de temperatuur bepalen. Dat vereist een bewustwording dat zij nu zelf het energiegebruik kunnen beïnvloeden.”

Leergeld
De Triacom voorman blikt vooruit: “In de volgende flat Wanningstraat gaan we ons ‘leergeld’ benutten. We vervangen direct de bestaande leidingen en houden rekening met de plaatsing van het buffervat op het dak. We onderzoeken daar nu ook of we lagetemperatuurverwarming kunnen toepassen, mogelijk extra in de vorm van een Climaradsysteem. Samen met hot fill apparatuur kan je dan naar energielabel A+ gaan. Dan haal je voor deze woningen qua energiebesparing vrijwel alles eruit.”
Er is in dit flatgebouw ook nog meer aandacht voor bewustwording. Zo toont een meter in de centrale entree wat de temperatuur van het water uit de zonnecollectoren is. Bruinsma: “We nodigen nu andere woningcorporaties uit om te laten zien hoe we dit project doen. Want er staan honderden van deze flats in Nederland. Een enorm potentieel!”