Nieuws

Groep Koplopers PeGO Innovatie verwelkomt nieuwkomers

13 juni 1269
De Koplopers PeGO Innovatie breiden zich uit. ‘We missen nog expertise van een bank en een notaris/juristenkantoor in de kopgroep om onze plannen voor de ontwikkeling van energieneutrale gebieden te kunnen verwezenlijken.’ Dit constateert senior innovation officer Gijs Postma van Eneco, één van de elf deelnemende Koplopers.

Namen van de nieuwkomers kan Postma nog niet noemen. ‘Gesprekken zijn gaande, maar zorgvuldigheid is hier geboden.’
In november 2009 hebben de Koplopers binnen PeGO Innovatie het programma Gebieden Energie Neutraal (GEN) gedefinieerd voor drie typen gebieden: volledige nieuwbouw, sloop in combinatie met nieuwbouw en bestaande bouw. Dit jaar gaat het programma van start. ‘Op het moment selecteren we niet alleen nieuwe koplopers, maar ook gebieden. Ook dit proces is nog gaande. We weten dus nog niet met welke gebieden we aan de slag gaan. Dat beslissen we binnenkort in overleg met VROM-WWI.’

Blauwdrukken
Met het GEN-programma is een investering van circa tien miljoen euro gemoeid. Postma noemt dit leergeld. De intentie is dat de Koplopers hun expertise bundelen en in natura in GEN investeren. Aan VROM is gevraagd het ontbrekende deel te sponsoren. Over dit verzoek valt binnenkort een beslissing.
Het doel van het GEN-programma is het ontwikkelen van blauwdrukken voor technologie, financiering, regelgeving en verdienmodellen met betrekking tot energieneutrale gebieden. ‘Voor de uitvoering van het programma stellen we projectconsortia samen. Hierin zullen enkele Koplopers samen met het midden- en kleinbedrijf (MKB) participeren. Bij midden- en kleinbedrijven kun je denken aan installatiebedrijven, aannemers, witgoedleveranciers en domoticaleveranciers. We verwachten wel dat het MKB actief meedenkt over innovatieve oplossingen. Alleen bedrijven die zich hierin bewezen hebben, kunnen deelnemen aan de projectconsortia.’

Concurrentievoorsprong
Voordeel van deelname aan de groep Koplopers en projectconsortia is volgens Postma het realiseren van een concurrentievoorsprong. ‘Je anticipeert namelijk op toekomstige wetgeving en marktvraag met hogere dan momenteel strikt noodzakelijke energieambities.’ Expertisebundeling is zo hard nodig, omdat de gebouwde omgeving een weliswaar grote, maar weerbarstige markt is. ‘Dit zal ook blijken uit de evaluatie van het beleidsprogramma Schoon en Zuinig van het Rijk. Die worden dit voorjaar bekendgemaakt. De gebouwde omgeving is goed voor circa een derde van de CO2-productie in Nederland. Daarbinnen zorgt de bestaande bouw voor meer dan 90 procent van de CO2-uitstoot. Hier reduceren we slechts mondjesmaat CO2. Dit terwijl deze gebieden de meeste CO2 produceren. Hier moeten we dus nog flink de schouders onder zetten. Energieneutrale nieuwbouw, een markt van 50.000 tot 100.000 woningen per jaar, is daarentegen makkelijker te realiseren. Vandaar dat het GEN-programma zich op zowel nieuwbouw als bestaande bouw richt.’

Terugverdientijden
Postma ziet trends in de markt voor duurzame gebouwen: reductie in gas- en elektraverbruik enerzijds en toename in duurzame energie- en klimaatinstallaties anderzijds. Daarnaast constateert hij een verschuiving van afrekenen naar verrekenen van energie. ‘Immers, iedereen wordt uiteindelijk zowel producent als consument van energie. Wij zien door deze decentralisatie van duurzame energieproductie de relatie tussen energiebedrijf en klant drastisch veranderen. Elk huis zal verduurzamen en krijgt zijn eigen energiecentrale. Zo worden dit voorjaar bijvoorbeeld twee energieneutrale of energieproducerende huizen gebouwd, één in Breda en één in Aalsmeer. Wij ontwerpen en leveren de energie- en klimaatinstallaties hiervoor. ‘Maar’, nuanceert hij, ‘in bestaande woningen liegen de terugverdientijden er niet om.’ Isoleren heeft een terugverdientijd van circa zeven jaar, zonneboilers 12 tot 15 jaar. Zonnepanelen zijn met subsidie in circa 12 jaar terugverdiend, maar zonder subsidie kost dat 20 tot 25 jaar. De prijs van een HRe-ketel is zonder subsidie circa € 12.000; de terugverdientijd ligt dan ver boven de tien jaar. Daarom is het ontwikkelen van verdien- en financieringsmodellen zo belangrijk.’

Energieprijs
Op deze terugverdientijden heeft de ontwikkeling van de energieprijzen enorme invloed. Wat na 2010 gebeurt met de energieprijzen is slecht te voorspellen, meent Postma. ‘Alhoewel de elektriciteits- en gasprijs de afgelopen tien jaar gemiddeld jaarlijks met vijf tot acht procent zijn gestegen, zet deze trend niet per se door. De komst van vier nieuwe kolencentrales in Nederland, drie in Rotterdam en één in Delfzijl – een grote teleurstelling voor mij – hebben een prijsverlagende invloed. Aantrekkende vraag uit bijvoorbeeld India en China drijven de energieprijs echter weer omhoog. Bovenal ben ik voorstander van eerlijke concurrentie tussen fossiele en duurzame energie. Die is er nu niet. Een gelijk speelveld krijg je bijvoorbeeld door een verhoging van de CO2-prijs, maar er zijn meer effectieve mechanismen.’

Voor meer informatie over het GEN-programma: klik hier.